Artist Statement

EN / NL

For as long as I can remember, I have been intrigued by self-portraits. What is a self-portrait? A portrait of yourself. But what is that really: a self? Many things come to mind. My particular interest is in the self as a collection of inner voices and moods; in who you are beyond the data that defines your identity. In recent paintings and photographs, I explore the role that the imagination plays in this through art that touches me. From the poems of Baudelaire and the sunflower paintings of Van Gogh, new images arise. They reflect my inner world and are, in this respect, self-portraits.

I like to work with puppets. A puppet is brought to life by the gaze of the person looking at it. Your imagination allows a puppet to return your gaze, and establish a connection. As you look more closely, the puppet becomes increasingly alive, and the intangible relationships between matter and spirit and the inner world versus the outer world rise to the surface. Many of my paintings depict puppeteers. The self-portrait then springs from the relationship between the puppets and the puppet master. One of my paintings shows a man who, with apparent resignation, allows his face to be measured up by two Mr Punch puppets. One holds a ruler up in front of the man’s right eye. This can be read as a (self) critique of the omnipresent tendency to view everything from the perspective of measurable data. This way of looking at things pushes questions that refer to meaning into the background. I believe that visual art plays a crucial role, reaching beyond the bounds of data to recall the elusiveness of reality.

Several years ago, I began researching the power of the imagination based on the three versions of Fifteen Sunflowers in a Vase painted by Vincent van Gogh in 1888 and 1889. The poses and expressions of Van Gogh’s sunflowers have an almost human quality. Yet, when looked at individually, they are sometimes barely recognisable as flowers. In which sense, they are ideal prompts for associative games. When I started to copy Van Gogh’s flowers, I continually saw new things: a jellyfish floating gently upwards; twin sisters with their cheeks pressed together; the head of a bat. The expression of the bouquet as a whole is also quite fascinating; in the version I know best – the one in the Van Gogh Museum – I see a mixture of shock and surprise. That Fifteen Sunflowers in a Vase is such a familiar image is, I feel, a great advantage: it means that everyone can see the origin of my flowers and will be inspired to bring my bouquets to life as well.

For me, the work of the nineteenth-century poet Charles Baudelaire has the power to evoke intimate memories and atmospheres; uncommon feelings of love and transience, connection, and abandonment. To give form to such moods, I use props from childhood: marionettes. Just like Baudelaire’s poems, marionettes are charged with symbolic meaning and are able to convey deep emotions. I buy wooden puppets on the Internet, and rework them with a chisel, sandpaper and acrylic paste until they look just as I want. Then I stage them in tableaux, which I photograph. My images often diverge considerably from what Baudelaire expresses in his poems; my emphasis differs from his. I identify with the characters in another way. In one of the prose poems (Les Veuves), he describes a widow’s son as impetuous, selfish, devoid of gentleness and patience. I saw the child quite differently: stricken by fate, conjoined to his mother. Taking this image as my starting point, I then worked towards a photographic work. I step into the world of Baudelaire and look around freely.

EN / NL

Vanaf het begin draait al mijn werk om het zelfportret. Wat is dat eigenlijk: een zelf? Mijn bijzondere interesse gaat uit naar het zelf als verzameling van innerlijke stemmen en sferen; naar wie je bent voorbij de data die je identiteit aangeven. In recente schilderijen en fotowerken onderzoek ik de rol die de verbeelding hierbij speelt. Dat doe ik aan de hand van kunst die me raakt. Vanuit de gedichten van Baudelaire en de zonnebloemschilderijen van Van Gogh ontstaan nieuwe beelden. Die zijn een weerslag van mijn binnenwereld en vormen daarmee een zelfportret.

Ik werk graag met poppen. Een pop ontleent het leven aan de blik van wie ernaar kijkt. Je verbeelding maakt dat een pop terugkijkt en dat je er contact mee kunt maken. Als je beter kijkt, komt er steeds meer leven in de pop terecht. De ongrijpbare relaties tussen materie en geest en binnenwereld versus buitenwereld komen dan naar de oppervlakte. Veel van mijn schilderijen laten poppenspelers zien. Het zelfportret rijst dan op uit de relatie tussen de poppen en hun bespeler. In een van de doeken zien we een man die schijnbaar willoos zijn gezicht door twee Jan Klaassens laat opmeten. Zijn rechteroog gaat schuil achter een liniaal. Het is een (zelf)kritiek op de alomtegenwoordige neiging om alles vanuit het perspectief van data te beschouwen. Die manier van kijken duwt betekenisvragen naar de achtergrond. Ik zie voor de beeldende kunst de belangrijke rol weggelegd om voorbij alle data de ongrijpbaarheid van de werkelijkheid in herinnering te brengen.

Sinds een aantal jaren onderzoek ik de kracht van de verbeelding aan de hand van de drie versies van Vijftien zonnebloemen in een vaas die Vincent van Gogh in 1888 en 1889 gemaakt heeft. De houdingen en uitdrukkingen van Van Gogh’s zonnebloemen hebben een bijna menselijke expressie. Tegelijkertijd zijn ze individueel soms nauwelijks als bloem te herkennen. Dat maakt ze heel geschikt voor een spel met asssociaties. Toen ik Van Gogh’s bloemen begon na te tekenen, zag ik steeds nieuwe dingen naar voren komen: een kwal die zachtjes omhoogdrijft; tweelingzussen met de wangen tegen elkaar; de kop van een vleermuis. Interessant is ook de uitdrukking van het boeket als geheel; in de versie die ik het best ken - die in het Van Gogh Museum - zie ik een mengeling van schrik en verbazing. Dat Vijftien zonnebloemen in een vaas een zo bekend beeld is, zie ik als een groot voordeel: iedereen kan zien waar mijn bloemen vandaan komen en wordt op het spoor gezet ook míjn boeketten tot leven te brengen.

De 19e-eeuwse dichter Charles Baudelaire is in staat met zijn werk intieme herinneringen en sferen bij me op te roepen; onalledaagse gevoelens van liefde en vergankelijkheid, verbondenheid en verlatenheid. Om zulke stemmingen vorm te geven, gebruik ik attributen van de kindertijd: poppenkastpoppen. Poppenkastpoppen hebben net als de gedichten van Baudelaire een uitgesproken expressie en een sterke symbolische lading. Ik koop houten poppen op internet die ik met guts, schuurpapier en acrylpasta net zo lang bewerk tot ze kijken zoals ik wil. Vervolgens maak ik daar tableaus mee die ik fotografeer. Vaak wijken mijn beelden behoorlijk af van wat Baudelaire in zijn gedichten schrijft; ik leg andere nadrukken dan hij, identificeer me op een andere manier met de personages. In een van de prozagedichten (Les Veuves) wordt de zoon van een weduwe gekenschetst als onstuimig, zelfzuchtig, verstoken van zachtmoedigheid en geduld. Ik zag het kind heel anders voor me: geslagen door het lot, aan zijn moeder vastgeplakt. Aan de hand van dat beeld heb ik vervolgens naar een fotowerk toegewerkt. Ik begeef me in de wereld van Baudelaire en kijk daar vrij om me heen.

Wouter van Riessen, 2022